Wortelen "Wuttels'
Wortelen dateren uit omstreeks 1550. Het is een inheemse plant. Ze groeiden vroeger in het wild, langs slootkanten en zijn door veredeling en selectie de wortel geworden die wij nu kennen. We onderscheiden zomer- en winterwortelen, waarvan de winterwortelen het belangrijkst zijn. Zomerwortelen worden meestal in bosjes gedaan en via de veiling en de supermarkten, groentespeciaalzaken en weekmarkten aan de man gebracht. Winterwortelen worden gebruikt voor de versmarkt en de conservenindustrie. Een bekend gerecht is: stamppot "siepels en wuttels" (hutspot). Een gedeelte wordt ook als veevoer gebruikt. Wortelen waren net als uien gewassen voor kleine telers; veel handwerk en laat in het jaar oogsten.
De laatste jaren zoekt men op de grote akkerbouwbedrijven naarstig naar nieuwe gewassen, waarvan winterwortelen ook onderdeel uit maken. Het is meestal contractteelt met sterk wisselend financieel resultaat. De opbrengst van winterwortelen bedraagt ± 65.000 kg/ha.