Wintergerst 'Wintergarst'
Wintergerst is het vierde graangewas, na tarwe, rijst en maïs. Het komt oorspronkelijk uit West en Midden-Azië. Het was ± 8.000 jaar geleden al bekend in Iran, Irak en Syrië. Wintergerst was aanvankelijk niet geschikt voor onze teeltgebieden, maar het is door mutaties en selectie zodanig verbeterd dat ze geteeld kan worden in gebieden van O' tot 65' Celsius. Ook wintergerst wordt gebruikt als brouw- en voergerst. Het was in ons land tot de 18e eeuw onbekend als brouwgerst. Bier werd in de Middeleeuwen uitsluitend gemaakt van tarwe en haver. In het begin van de 19e eeuw werd gerstemout de grondstof voor de bierbereiding. Het werd vaak in kleine lokale brouwerijen gebrouwen. Het stro dient als strooisel voor vee en als grondstof voor de strokartonfabrieken. Wintergerst wordt in september gezaaid en in de eerste helft van augustus geoogst. De opbrengst bedraagt 8 tot 9.000 kg/ha. Wintergerst is een uitermate geschikt gewas als voorvrucht voor o.a. stoppelgewassen en koolzaad.