Groene erwten 'Groene orten'
Groene erwten zijn één van de oudste cultuurgewassen. Bij opgravingen vond men in gra- ven van 8.000 jaar voor Chr. al erwten. De erwt komt oorspronkelijk uit Centraal Azië, Ethiopië, en het Middellandse-Zeegebied. De eerste vermelding van erwten in Europa stamt uit de 14e eeuw. Op het Bildt zijn ze omstreeks 1700 bekend. In de Gouden Eeuw waren erwten zeer eiwitrijk voedsel voor met name zeelieden. Tegenwoordig worden erwten gebruikt voor menselijke consumptie, 'snert' of "orten' zoals ze door rechtgeaarde Bilkers worden genoemd. Naast het genoemde gebruik voor menselijke consumptie worden erwten gebruikt als grondstof voor allerhande soorten veevoer. Het stro doet tevens dienst als veevoer. Erwten worden gezaaid medio april en bloeien medio juni met heel veel witte bloemen. De oogst vindt plaats in de tweede helft van juli. De erwt behoort tot de vlinderbloemigen. Deze planten hebben het vermogen om stikstof uit de lucht aan de grond te binden, zodat er een voedselrijke grond voor een volgend gewas overblijft. Groene erwten waren zeer arbeidsintensief, vooral bij de oogst. Ze moesten met de hand worden "gezicht", daarna een aantal malen gekeerd en dan op ruiters geplaatst worden om te drogen. De arbeidskosten van de teelt stegen snel, maar dit werd niet gecompenseerd door de prijs die dit product opbracht. Zo verdween dit gewas uit beeld. De opbrengst is ± 4.500 kg/ha.